Reis naar Polen


Dit is een verkorte versie van het verhaal dat ik geschreven heb voor het clubblad van de Nederlandse Vereniging van Saarlooswolfhonden NVSWH


Ik herinner me nog goed hoe ik voor het eerst van Saarlooswolfhonden hoorde. Ik maakte voor de NPS televisie reportages voor een reisprogramma. De serie ging over mensen die op een speciale manier hun vakantie doorbrachten. Zo waren er natuurtoeristen die in Polen een Nederlandse bioloog assisteerden om twee wolvenroedels in kaart te brengen. Ik wist toen nog niet veel van wolven, behalve dat ze er een groot genoegen in schepten om geitjes en ouwe opoes op te eten. Ik vloog met een cameraploeg naar Warschau en vandaar was het nog een halve dag rijden naar het Bialowieza Nationaal Park aan de grens met Wit-Rusland. Daar was het laatste stukje laaglandoerbos van West-Europa en daar zouden we twee wolvenroedels opsporen.  Joep van de Vlasakker, de veldbioloog die het onderzoek leidde, ontving ons enthousiast.

We zouden een paar dagen met hem optrekken om de reportage te maken. Daarbij moesten we goed op raven letten die met hun gekras en gedrag aan zouden geven waar een gedode prooi te vinden was. Daar in de buurt zouden we de wolven vinden. Maar de wolven hadden blijkbaar goed gegeten voordat we kwamen en de raven hadden hun bordje daarna goed schoongesmikkeld, want prooiresten vonden we niet en ook geen wolven. Dat laatste is niet zo verwonderlijk, want wolven tonen zich nooit spontaan aan mensen in de vrije natuur. Alle verhalen over woeste wolventroepen die moorddadig achter mensen aanjagen moeten dan ook naar het land der fabelen worden verwezen. De Europese versie van de bizon zagen we wel. Dat beest heet een wisent en ze zijn net zo indrukwekkend als hun Amerikaanse bloedverwanten. Ook de wisent was bijna uitgestorven en moest zorgvuldig teruggefokt worden.

Terug naar de wolven. De alfateven van de twee wolvenroedels hadden een halsband met een zender om hun nek zodat hun positie vrij nauwkeurig bepaald kon worden. Daardoor konden we ten slotte met ontvangstapparatuur tot op zo’n 500 meter van een van de roedels komen, maar in levende lijve hebben we helaas geen wolven gezien. Te schuw. Die hebben hun lesje goed geleerd als het om mensen gaat. We vonden wel uitwerpselen die enthousiast werden meegenomen door de natuurtoeristen voor verdere analyse. Ik zei al dat het om mensen ging die op een speciale manier hun vakantie wilden doorbrengen.

Ten slotte zag ik toch nog een wolf. Hij heette Kazan en was door bosarbeiders als welpje in een hol gevonden. Ze verkochten hem als hondenpuppy op de plaatselijke markt. Natuurlijk ging dit mis. Wolven zijn niet als huisdieren te houden. Ze worden niet zindelijk en maken alles kapot. Daar kunnen Saarloosjes nog wat van opsteken! Kazan sleet nu zijn treurige dagen in een oude roofvogelkooi op een terreintje bij het Nationaal Park. Met het geld dat het natuurtoerisme opbracht moest er een wolfwaardiger bestaan voor hem gemaakt worden. Weer thuis ging ik me verdiepen in wolven en kwam zo achter het bestaan van de Saarlooswolfhond. Na een paar bezoeken aan eigenaren wisten we genoeg. Marianne en ik wilden er absoluut een. Ze sloopten je hele huis, dat hadden we uit alle verhalen heel goed begrepen, maar dan moesten we maar een goedkoop bankje aanschaffen als onze Saarlooswolfhond wilde onderzoeken welk interessant geluidje er uit de kussens kwam.

Alle verhalen over dat slopen had het enthousiasme van Marianne trouwens wel wat afgeremd. Het kon wat haar betreft nog wel even duren voor we ons eigen slopertje in huis hadden. Maar als je eenmaal bent aangestoken door het Saarlooswolfhondenvirus blijf je er je leven lang mee geïnfecteerd. Er was ons verteld dat er een lange wachtlijst was voor puppen, maar bij het eerste nest waren we al aan de beurt. We konden een pup komen uitzoeken. Er waren zeven puppen in dat nest. Allemaal mooi, allemaal even ondeugend en ondernemend. Tja, hoe gaat dat, je valt op een hond. Het was de manier waarop hij keek. Soms kijkt hij ons aan en dan weten we het weer. Het was die blik in zijn ogen waarvoor we vielen. En die bijna niet te beschrijven, vriendelijke, zachte, intelligente, soms ondeugende maar vooral dromerige blik zal hij zijn hele leven houden. Er was geen ontkomen meer aan: de keus viel op ‘rechtsachter.’ We zouden hem later Tunka Troy Timberley noemen. Dat klinkt beter. En we willen hem nooit meer kwijt!


Even iets heel anders. Vanochtend dacht ik dat de Pyreneeën een stukje dichterbij waren gekropen. Het waren gewoon wolken. Al vier nachten vriest het hier behoorlijk. Vandaag buien en donkere luchten.

Maar mij hoor je niet klagen over het uitzicht.

Een half uur later ziet het er weer zo uit. Never a dull moment.

Dit bericht werd geplaatst in Over Onze Honden en getagged met , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef je reactie:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s