Onze slopers


Dit is een verkorte versie van het verhaal dat ik geschreven heb voor het clubblad van de Nederlandse Vereniging van Saarlooswolfhonden NVSWH


Er wordt gefluisterd dat Saarlooswolfhonden uitstekende slopers zijn en er zijn zelfs belangstellenden voor het ras die vanwege deze verontrustende reputatie uiteindelijk besluiten om van een pup af te zien. Dat is jammer, maar helaas kan niet ontkend worden dat sommige eigenaren moeiteloos een avond kunnen vullen met verhalen over teloorgegane bankstellen, gesneuvelde tafelpoten en afgekloven tapijten die allemaal, door toedoen van het door ons zo geliefde ras, het tijdige met het eeuwige verwisselden. ‘Alles van waarde is weerloos.’ Deze zin siert al jaren in oplichtende neonletters de gevel van een Rotterdamse verzekeringsmaatschappij. Het is van de schilder en dichter Lucebert. Hij slaat de spijker precies op z’n kop. Ook zaken als brillen, mobiele telefoons en zakjapannners waarvan je je toch mag afvragen wat een hond daar nou mee moet, ontkwamen niet aan de slopersdrift van sommige Saarlooswolfhonden. Maar ook andere rassen kunnen hun mannetje staan als het op slopen aankomt.

Dat de afmeting van de hond van ondergeschikte belang is, illustreert het volgende verhaal. Marianne besloot jaren geleden om Jasper, onze ruwharige foxterriër die nu in de grote hondenhemel op enorme botten ligt te knagen, gezelschap te geven uit het asiel. De goede daad heette Tef. Het was een klein, zwart hondje. Beetje stram al in de pootjes, het bekkie begon ook al behoorlijk te grijzen en hij had leuke, donkere pretoogjes. Type straatschoffie. Vrijwel elk ras uit de wereldhondenencyclopedie had een spoortje achtergelaten in zijn genenpakket. Het asiel verzekerde ons dat Tef een leuk en lief hondje was en dat was ook zo. Tef begon de eerste nacht met de trap. ’s Ochtends had hij al een groot stuk van de traploper afgeknaagd maar dat was meer om er in te komen.

Maar ach vooruit, je wilt niet meteen de beroerdste zijn, dus laat maar even, hij moet nog wennen, het komt wel goed. Toen het karwei op de trap geklaard was, kon het echte werk beginnen en dat was  schrikken toen we thuis kwamen. Onze huis zag eruit als een kraakpand dat net door de mobiele eenheid was ontruimd. Verbijsterd ploegden Marianne en ik ons door de woonkamer waar Tef zich als een waanzinnige op het laatste zitkussen had gestort. De bek vol bewijsmateriaal. Ons straatschoffie had last van verlatingsangst. Zodra we de deur achter ons dichttrokken begon het janken, krabben en slopen met een bezetenheid die leek op volslagen hysterie. Het lukte ons niet om Tef van zijn verlatingsangst af te helpen. Inmiddels slonk onze huisraad met angstaanjagende snelheid en onze zuur verdiende spulletjes dreigden spoedig in een toestand van totaal verval te geraken.

Toen de bank, de vloerbedekking, de deuren, de plinten, de boekenkast, de inhoud van de boekenkast, de tafel, het speelgoed van de kinderen (wat hun aanvankelijk enthousiasme voor Tef sterk deed afnemen), de eethoek, de keukenkasten, ja eigenlijk onze hele inventaris in een onnavolgbaar tempo naar z’n mallemoer was geholpen, had Tef zijn laatste krediet verspeeld. Met pijn in ons hart besloten we dat de goede daad terug zou gaan naar het asiel. Maar toen we Tef terugbrachten, stapte hij vrolijk kwispelend naar binnen. Geen spoor van verlatingsangst meer te bekennen. Sterker nog: we konden wat hem betreft meteen weer ophoepelen. Tef was thuis!

Dit bericht werd geplaatst in Over Onze Honden en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef je reactie:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s