PRA, een ernstige oogaandoening

Dit artikel heb ik geschreven voor het clubblad van de Nederlandse Vereniging van Saarlooswolfhonden NVSWH.  Ik was toen nog lid, maar het stuk paste blijkbaar niet in het beeld van de ‘raszuivere Saarlooswolfhond van de NVSWH die geen enkel erfelijke gebrek heeft.’ Het artikel werd niet geplaatst. Geen nood, dan plaats ik het hier.

Progressieve Retina Atrofie

Er is de laatste tijd veel te doen over PRA binnen de populatie Saarlooswolfhonden van de NVSWH.

gezonde retina<< een gezonde retina.

Veel leden zijn verontrust en dat is niet verwonderlijk. PRA is een nare oogziekte die op latere leeftijd blindheid veroorzaakt. Het wordt genetisch doorgegeven aan volgende generaties. Beide ouderdieren kunnen het gen bij zich dragen zonder het ziektebeeld te vertonen. Het is dus moeilijk deze ziekte uit het ras te fokken, omdat het een enkelvoudig recessief erfelijke afwijking is.

Niemand heeft alles in de hand in de fokkerij. Zoals onlangs gebeurde, kan volkomen onverwachts een witte vachtkleur opduiken die door onze vereniging als ongewenst wordt beschouwd. Men heeft jarenlang gedacht dat deze vachtkleur voorgoed uit de populatie verdwenen was. Het gen zou eruit gefokt zijn.

Maar de witte vachtkleur is – net als PRA – enkelvoudig recessief overerfelijk. Wolfsgrauwe en bosbruine Saarlooswolfhonden kunnen het witte gen bij zich dragen, zonder dat je dit ziet. Aan de buitenkant is niets te zien. Het is te vergelijken met een veenbrandje, dat ondergronds doorsmeult en van tijd tot tijd aan de oppervlakte komt. Laatst dook de witte vacht voor de tweede keer in korte tijd op. Een witte Sasarlooswolfhond kun je van de fokkerij uitsluiten (ik zou niet weten waarom, maar het kán) Een drager van PRA kun je niet uitslauiten. Waarom? Omdat niemand, ook een arts niet, de erfelijke afwijking bij een drager kan zien!

Wat is PRA?
gordon setter < Gordon Setter

Gegeneraliseerde Progressieve Retina Atrofie, gPRA of kortweg PRA, is een erfelijke oogziekte die voorkomt bij honden. Dit continue, progressief verlopend ziekteproces leidt in het eindstadium altijd tot totale blindheid. In 1911 werd het voor het eerst in Europa bij de Gordon Setter beschreven. In 1938 werd voor het eerst PRA vastgesteld bij de Ierse Setter, in 1965 bij de Dwergpoedel. Tegenwoordig is de ziekte voor veel fokkers van rashonden een probleem.PRA is een degeneratie van het netvlies, de retina. Dit weefsel bevindt zich op de binnenkant van de oogbol. Het bevat cellen die het gezichtsvermogen bepalen: we kennen ze als staafjes en kegeltjes. Deze fotoreceptorcellen absorberen het licht dat door de ooglens gebundeld wordt en veranderen dit door chemische reacties in elektrische zenuwsignalen. Deze signalen worden via de oogzenuw naar de hersenen gevoerd, waar ze in een waarneembaar beeld worden omgezet. De staafjes zijn voor het zicht in schemer, de kegeltjes dienen voor het daglicht en het zien van kleuren.

doorsnede van de retina

doorsnede van de retina

Bij PRA worden eerst de staafjes aangetast, waardoor de hond slecht gaat zien in schemerlicht. In een later stadium degenereren ook de kegeltjes, waardoor totale blindheid ontstaat. Ook bij mensen komt een vorm van PRA voor, Retinitis Pigmentosa (RP)

Het begin van de ziekte.
ernstig aangetaste retina<< ernstig aangetaste retina. Er bestaan verschillende vormen van PRA. Sommige rassen ontwikkelen al vroeg de ziektesymptomen, bij andere rassen openbaart de ziekte zich pas op latere leeftijd. Bij rassen waarbij de ziekte zich al vroeg ontwikkelt, is soms al sprake van nachtblindheid vanaf de geboorte! Totale blindheid treedt hier op tussen het eerste en vijfde levensjaar.

De Ierse Setter bijvoorbeeld kan al symptomen van nachtblindheid vertonen vanaf de tweede maand, terwijl van totale blindheid bij dit ras sprake is rond het derde levensjaar. Maar bij dit ras komt ook de late vorm van PRA voor. Bij rassen die pas op latere leeftijd PRA krijgen, kan het wel tot vier jaar duren voordat zich de eerste problemen met het gezichtsvermogen voordoen. Maar voor de meeste rassen geldt dat rond de leeftijd van vijf jaar totale blindheid optreedt, in het uiterste geval voor de leeftijd van acht jaar. Wat dit betreft wijkt het beeld bij Saarlooswolfhonden dus af. Hier worden de meeste honden pas op zeer hoge leeftijd blind, of soms niet omdat het dier al is overleden voordat het stadium van totale blindheid werd bereikt.

Hondenrassen waarbij de ziekte zich op jonge leeftijd manifesteert, zijn de Ierse Setter, de Collie, de Noorse Elandhond en de Dwergschnauzer. Bij deze rassen wordt de ziekte door een geremde ontwikkeling van de staafjes en kegeltjes veroorzaakt. Dwergpoedels krijgen pas op latere leeftijd PRA, net als Engelse en Amerikaanse Cocker Spaniëls, Labrador Retrievers en Tibetaanse Terriërs. Bij deze rassen ziet men eerst nog geen ziektebeeld. De ziekte ontwikkelt zich pas na de geslachtsrijpheid van de dieren.

Het algemeen ziektebeeld.
Voor alle hondenrassen verloopt het ziektebeeld op dezelfde manier. Beide ogen degenereren gelijktijdig en in dezelfde mate. In het begin wordt bij de getroffen honden nachtblindheid geconstateerd. Dat wil zeggen dat zij hun gezichtsvermogen moeilijk kunnen aanpassen aan omstandigheden in schemerlicht. Na verloop van tijd doen dezelfde moeilijkheden zich voor bij daglicht.

Sommige honden kunnen zich onzeker gaan bewegen, maar de meesten zullen zich na enige tijd uitstekend aan hun dagelijkse omgeving aanpassen, terwijl hun gezichtsvermogen steeds verder afneemt. Voorwaarde is dat de omgeving niet verandert. De baasjes hebben zelf vaak nauwelijks in de gaten dat hun hond langzaam blind wordt.
Daarnaast ziet men een verwijding van de pupil, waardoor er een soort `schijnsel` staarontstaat in de ogen, dat wordt veroorzaakt door een sterkere lichtweerkaatsing van het zieke netvlies. Vaak kan men ook een verandering constateren aan de ooglens, die troebel en ondoorzichtig wordt, uiteindelijk resulterend in een cataract. (staar)

De diagnose.
De diagnose PRA kan alleen door een oogonderzoek worden vastgesteld. De dierenarts verwijdt de pupillen van de hond door middel van oogdruppels en onderzoekt daarna met een instrument, oftalmosc de zogenaamde indirecte oftalmoscoop, het netvlies. Dit wordt in de volksmond ook wel ‘spiegelen’ genoemd.

Bij verschillende stadia van PRA vindt de dierenarts de volgende veranderingen:

  1. een verhoogde reflexie van de fundus (dat is de binnenkant van de oogbol waarop het netvlies zich bevindt).
  2. een verminderde doorsnede en vertakking van de bloedvaten van het netvlies.
  3. een verminderde werking en verkleining van de oogzenuw (die van het netvlies naar de hersenen loopt).

Het begin van de ziekte is specifiek voor verschillende rassen, maar als een hond deze veranderingen vertoont, is er meestal al sprake van een aanzienlijk verlies van het gezichtsvermogen en zal hij binnen afzienbare tijd zijn gezichtsvermogen totaal verliezen.

De diagnose kan door het Electro Retino Gram (ERG) definitief bevestigd worden. Bij het ERG worden de elektrische stromen gemeten die van het netvlies naar de hersenen lopen. Het is de reactie van de oogzenuw op een lichtflits en toont dus een korte momentopname van het zenuwsignaal. De hond moet onder narcose gebracht worden om een zo nauwkeurig mogelijke meting te kunnen verrichten.

Bij alle PRA-lijders zijn de signalen van het ERG sterk verminderd of zelfs geheel afwezig.
Het ERG kan voor een vroege diagnose dan wel specifieke vormen van PRA gebuikt worden. Op die manier kunnen PRA-lijders zelfs al opgespoord worden, voordat de klinische symptomen zich openbaren. retina

Belangrijk echter voor een juiste beoordeling en interpretatie van het ERG is kennis van het begin van de ziekte en het verdere verloop bij de verschillende rassen. Alleen dan kunnen de veranderingen in het ERG met betrekking tot het specifieke disfunctioneren van de oogzenuw goed worden ingeschat. Daarom kunnen uitsluitend dierenartsen die gespecialiseerd zijn in oogziekten bij honden de juiste diagnose stellen. (links: Prof. nafströmDr. Narfström, bij de voorbereiding van een ERG in haar onderzoeksinstituut in Missouri, USA )

PRA en erfelijkheid.
We moeten allereerst onderscheid maken tussen honden die daadwerkelijk PRA zullen ontwikkelen en honden die ‘slechts’ drager van deze aandoening zijn. De drager van PRA is ogenschijnlijk gezond, ontwikkelt de ziekte niet, maar zal helaas de afwijking wel aan het nageslacht doorgeven.

Voor zover nu bekend, is PRA (op 1 uitzondering na, waarover later meer) bij alle hondenrassen een enkelvoudig recessief erfelijke ziekte. Dat betekent dat een pup, die later de ziekte zal krijgen (we noemen ze lijders) zowel een defect gen van de vader als van de moeder moet hebben geërfd. Dit betekent dat zowel de reu als de teef óf dragers van de afwijking óf lijders moeten zijn. Omdat PRA lijders twee defecte genen bezitten, zijn alle nakomelingen van deze honden op zijn minst drager van het defecte gen.

schematische voorstelling van DNA streng met de genenparen

Hondenrassen zijn vaak door slechts enkele dieren gegrondvest, die destijds de voor het ras belangrijke kenmerken droegen. Door een, of misschien een paar van deze stamvaders of -moeders zouden bepaalde PRA veroorzakende mutaties in het betreffende ras kunnen zijn ingebracht. Bij de verdere opbouw van het ras, kon het defecte gen zich ongezien (want het is immers recessief) in de populatie uitbreiden. Door kruising van dieren die allebei dit recessieve gen bezaten, konden uiteindelijk nakomelingen ontstaan met twee defecte genen voor PRA. En zo wordt de ziekte zichtbaar in een populatie!

Hieronder geef ik alle mogelijke combinaties van ouderparen.

  • Beiden lijder: 100% van de puppen lijder.
  • Beiden drager: 25% lijder, 50% drager, 25% vrij.
  • Een lijder, een drager: 50% lijder, 50% drager.
  • Een lijder, een vrij: 100% drager.
  • Een drager, een vrij: 50% drager, 50% vrij.

Behalve bij de eerste en vierde mogelijkheid (dat is altijd 100%) kan in de praktijk een ander percentage voorkomen. Er zijn immers nesten met wel 6 reuen en maar 1 teefje, terwijl de kans op een reu of teef altijd gelijk is. Dus 50-50. Maar… hoe meer puppen in een nest, hoe dichter deze percentages benaderd worden.

Een geval apart.
De Siberische Husky is tot nu toe het enig bekende hondenras waarbij de ziekte PRA geslachtsgebonden wordt doorgegeven. Dat komt door het X-chromosoom. Een teef heeft in iedere lichaamscel twee X-geslachtschromosomen, terwijl een reu een X en een Y-chromosoom heeft. Bij de vorming van de geslachtscellen, de zogenaamde reductiedeling, ontstaan cellen met slechts 1 van beide geslachtschromosomen, zodat de eicel van de teef altijd een X-chromosoom bevat en de zaadcel van de reu een X- of een Y-chromosoom. Wordt de eicel bevrucht door een X-zaadcel, dan zal de vrucht zich ontwikkelen tot een teefje (XX), bij bevruchting door een Y-zaadcel wordt het een reu (XY)

chromosoom

microscopische opname van het x-chromosoom met daarboven de schematische voorstelling van de dna strengen in het chromosoom

Reuenpuppies erven dus van PRA-zieke teven in ieder geval een defect X-chromosoom. Deze reuen ontwikkelen altijd PRA. Teven met 1 defect X-chromosoom geven het defect met 50% waarschijnlijkheid door aan reuen. Tevenpuppy’s van PRA zieke moeders en PRA zieke vaders zijn in alle gevallen PRA-dragers.

Uitsluitend teven kunnen draagster zijn van X-chromosoom gebonden PRA! Reuen zijn of PRA vrij of PRA lijder. Dragers bestaan in dit geval niet. De moederdieren van PRA-reuen zijn draagster en de dochters van PRA-reuen zijn dat ook allemaal.

Het PRA onderzoek aan de Ruhr-Universiteit Bochum.
dna plaatjeBloedmonsters van zo’n 125 Saarlooswolfhonden van binnen en buiten de NVSWH werden tot nu toe onderzocht op de Universiteit van Bochum. Dit onderzoeksproject houdt zich bezig met de speurtocht naar mutaties in genen, die voor PRA verantwoordelijk zijn. Er zijn veel genen die coderen voor proteïne, een stof  die noodzakelijk is voor een goede ontwikkeling van het gezichtsvermogen. Als een van deze proteïnen in de volgorde van ontwikkeling van de oogfunctie bij de vrucht defect is, kan dit later leiden tot PRA.

Als het voor het ras specifieke PRA veroorzakende gen bekend is, kan een genetische test ontwikkeld worden. Dat zou natuurlijk een enorme uitkomst betekenen voor onze Saarlooswolfhonden! Dan kunnen we dragers in een vroeg stadium screenen om te voorkomen dat we met ogenschijnlijk “gezonde” dragers fokken. Voor de Saarlooswolfhond is dit helaas nog toekomstmuziek.

Maar er is hoop. Bij een paar hondenrassen, zoals bij de Cardigan Welsh Corgi, konden tot nu toe wel PRA veroorzakende genmutaties worden aangewezen. Tests voor de Chesapeak Bay Retriever, de Engelse Cocker Spaniels en andere rassen worden zelfs al commercieel op de markt gebracht. Recent is ook voor de Nederlandse Schapendoes zo’n PRA marker ontwikkeld.

Er werden aan de universiteit van Bochum tot nu toe 15 voor het gezichtsvermogen belangrijke genen op mutaties onderzocht, maar deze genen werden in de meeste hondenrassen als veroorzaker van PRA uitgesloten. Dit boek is voor onze Saarlooswolfhonden dus nog niet gesloten. Maar hoop doet leven en eens zal duidelijk worden wat er precies aan de hand is en wat de mogelijkheden zijn.

Bronnen:

  • Dr. Gabriele Dekomien, Forschungsprojekt PRA, Molekulare Humangenetik, Ruhr-Universiteit, Bochum.
  • Dr. Gregory Acland, Senior Research Associate, James A. Baker Institute for Animal Health, Cornell University, New York
  • Prof. Dr. Gustavo Aguirre, Caspary Professor of Ophthalmology, James A. Baker Institute for Animal Health, Cornell University, New York
  • Prof. Dr. K. Narfström, Professor of Veterinary Ophthalmology, Department of Veterinary Medicine and Surcery, Mason Eye Insitute, Columbia, Missouri, USA.
Dit bericht werd geplaatst in P.R.A. Alle Info en getagged met , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op PRA, een ernstige oogaandoening

  1. Carlens, Monique zegt:

    Onze engelse cocker spaniël van vier en een half jaar heeft ook pra en ziet rechts volgens ons al niks meer. Hij redt zich thuis goed en wandelen, zelfs niet aangelijnd, lukt nog maar op n vreemde plaats gaat het mis. Benieuwd hoe het verder zal gaan met onze lieve, verder gezonde hond. Konden we hem maar helpen.

  2. Marja Schering zegt:

    Zelf heb ik een blinde hond en kwam op uw weblog terecht. Bedankt voor uw uitgebreide uitleg. Duidelijk te lezen. Wel moeilijk over de husky. Groetjes, Marja.

Geef je reactie:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s