Het fokken van rashonden. II.

inteeltHet aantal honden van een ras komt uit een gesloten gemeenschap. Er zijn maar een beperkt aantal individuen. Als fokkers van een bepaald ras het bijvoorbeeld hebben over een “verwerpelijke bruine grondkleur” is dat voor hen vaak een reden om “positief” te selecteren op de wèl gewenste vachtkleur. Zo beperkt men de dieren waarmee gefokt wordt nog meer in een raspopulatie die toch al gesloten is. Het is slechts een kwestie van tijd voordat twee enkelvoudig-recessieve genen met een erfelijke afwijking elkaars pad kruisen. Als een hond drager is van zo’n gen en gekoppeld wordt aan een drager van datzelfde gen, zal hij de ziekte doorgeven aan de puppen! Hoe mooi, hoe rastypisch de hond ook is. Fokkers horen dit verhaal niet graag.

Iets anders is het fenomeen van genmutaties. Dat zijn spontaan optredende veranderingen als het DNA materiaal zich kopieert. Zo’n gemuteerd gen wordt erfelijk doorgegeven als het zich voordoet in de geslachtscellen. Een berucht voorbeeld is de von Willebrand-mutatie bij de Dobermann. Deze afwijking zorgt ervoor dat het bloed nauwelijks stolt als het dier gewond is! De bloedstollingsfactor van een lijder is maar 10-15% vergeleken met een gezond dier. Omdat honden er geen last van hebben (de meesten gaan gelukkig zonder zware verwondingen door het leven), werden de lijders pas laat herkend. Zo kon ongemerkt meer dan de helft van alle Dobermann Pinchers in de Verenigde Staten drager worden van deze afwijking! Eerst lijkt er nog geen verband te bestaan tussen de positieve selectie en allerlei problemen die later opduiken. Het kan nog worden afgedaan als vervelende incidenten.

Een pup in een nest met een afwijking wordt door fokkers dan ook vaak gezien als “domme pech.” Men wil de erfelijkheidscomponent gewoon niet zien.munten “Het is de natuur hè, dan zit er wel eens een misser tussen,” is een vaak gehoorde kreet. Maar als later steeds meer honden met dezelfde problemen worden geboren, wordt er gezwegen als het graf. Er is “ineens” een probleem in het ras opgedoken en dat wordt niet graag toegegeven. Zorgvuldig opgebouwde fokreputaties staan op het spel, om nog maar te zwijgen over de financiële belangen. Iedereen weet er nu van, maar niemand hangt het aan de grote klok. De fokkers die zich wél uitspreken worden belasterd en de rasvereniging uitgezet met als reden dat ze de reputatie van het ras of de rasvereniging schaden. Is ons ook overkomen. Niets nieuws onder de zon. Maar als er niet wordt ingegrepen, zal het ras ten slotte bezwijken onder de last van het genetisch verval.


Het is een mythe dat alleen met “positieve selectie” op basis van rastypische eigenschappen het ras verbeterd kan worden! Positieve selectie bestaat niet!


Als je dit een paar keer leest en goed tot je door laat dringen, schrik je van de gevolgen die hieraan vastzitten. Een fokbeleid dat gebaseerd is op dit principe, zal uiteindelijk een ramp betekenen voor het ras. De problemen kunnen variëren van epilepsie, doodgeboorte, cataract, schildklierafwijkingen, allergieën, steriliteit, onverklaarbare pupsterfte, dwerggroei, weeënzwakte, erfelijke verlamming, te kleine nesten, PRA (erfelijke blindheid) en nog veel meer ellende. Dit gebeurt natuurlijk niet allemaal in een keer. Het is een sluipend proces dat heel geleidelijk verloopt. Het kan soms wel tientallen generaties duren. Als het weer een poosje goed gaat, denkt men dat de problemen voorbij zijn. Maar na verloop van tijd lijkt het ras als door een mysterieuze vloek te zijn getroffen! Niemand weet dan nog hoe nauw de honden eigenlijk aan elkaar verwant zijn en degenen die het wel weten houden hun mond. De stamboom geeft geen uitsluitsel, want die vermeldt alleen de laatste drie generaties. Bovendien veranderen de namen op een stamboom als een liefhebber zelf wil gaan fokken en een kennelnaam aanvraagt. Een kennelnaam zegt niets over de werkelijke afstamming van een hond. En de oervaders en -moeders staan er al lang niet meer op.

Dit is deel 2 van “Het fokken van rashonden.”

Lees hier  deel 1.        Lees hier deel 3.

Lees hier over dwerggroei bij de Saarlooswolfhond.

Dit bericht werd geplaatst in Erfelijkheid en getagged met , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef je reactie:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s