Het fokken van rashonden. III.

Een van de eerste dingen die fokkers willen bereiken bij de opbouw van een ras is het vastleggen van rastypische eigenschappen. Dat heet fokken op homogeniteit. Met honden die weinig rastypisch zijn, wordt niet gefokt. Deze “positieve selectie” heeft tot gevolg dat waardevolle genen onbenut blijven, waardoor veel erfelijke variatie verloren gaat. Er blijft een smalle basis over die genetisch nauwelijks nog variatie vertoont. En dat is een regelrechte ramp voor een ras , want genetische variatie is van doorslaggevend belang voor de vitaliteit, de levensvatbaarheid! Ik heb het al eerder gezegd: variatie, dáár moet de natuur het van hebben!

Mogen mooie, rastypische honden dan niet gebruikt worden voor de fokkerij? Jawel, maar…. en dat doet even pijn… niet uitsluitend. Ook honden die niet helemaal of zelfs helemaal niet aan de rasstandaard voldoen, moeten voor de fok worden ingezet! Zij zijn van onschatbare waarde voor de variatie in de genenpool en daarmee voor de levensvatbaarheid van het ras. En daar zit nou het pijnpunt. Het is bijna vloeken in de kerk. Er is namelijk één heilig en bij een paar fokkers een bijna hysterisch dogma:

raszuiver

Wat is dat dan. Die vaak zo hysterisch beleden fokzuiverheid? Honden die helemaal aan de rasstandaard voldoen? Omdat daar het ideaalbeeld van het ras beschreven staat? Wat is dan dat ideaalbeeld! En wat als dat gepaard gaat met erfelijke afwijkingen? Of lichamelijke kenmerken waar een hond enorm veel last van heeft. Of ziek van wordt. Mooi raszuiver, maar wel doodziek? Of: prachtige honden, maar er wordt geen pup meer geboren! Zoiets?

Maar goed, iedereen wil een mooie rashond, dus leveren fokkers dat. Ze zouden wel gek zijn als ze het niet deden. Wat moeten ze met een hond die niet aan de rasstandaard voldoet? Bovendien is het hele kynologische systeem gericht op de meest rastypische vertegenwoordiger van het ras!

Winner

Valt wel mee? Nou, turf maar even mee dan. Daar gaan we: nestcontroles, stambomen, dekgeld, pupprijs, eerste keus uit het nest, schoonheidscompetitie tussen honden, de “perfecte” hond krijgt de 1e plaats, kampioensklassen, fokkersklassen, kampioenclubmatches, internationale shows, sponsors, ontelbare kynologenverenigingen, imposante prijzenkasten, lintjes, bekers, oorkondes, alle keurmeesters van de Raad van Beheer en ga zo maar door. De lijst is eindeloos. Het is allemaal gericht op de “perfecte” rashond. Aan dit systeem, in meer dan 100 jaar opgebouwd, zitten enorme financiële belangen vast en er zijn veel reputaties mee gemoeid. Het is dan ook bijna onmogelijk te doorbreken.

1

Onze reu, Tunka Troy Timberley, een rastypische Saarlooswolfhond, maar misschien drager van het PRA gen voor erfelijke blindheid.

Terug naar de fokkerij.  Er zitten in fokkersland altijd wel een paar rotte appels tussen, die het geen snars kan schelen en alleen maar het grote geld zien. Ze fokken maar wat raak zonder ergens op te letten. Andere fokkers maken zich vooral druk om hun fokreputatie of hebben weinig inzicht in de erfelijkheidsleer. Ze zeggen dat de fokkerij niet zonder risico’s is (fokken is gokken, nietwaar) Een mislukking hoort er dan gewoon bij. Het is de natuur! Tja, zalig zijn de simpelen van geest. Gelukkig fokt het merendeel van de fokkers niet moedwillig honden met erfelijke afwijkingen.

Maar het roer moet radicaal om. We moeten gaan beseffen dat we letterlijk een doodlopende weg inslaan als we uitsluitend fokken met rastypische honden. Zeker in kleine en daardoor kwetsbare populaties, waar genetische fixaties veel sneller plaatsvinden. Het gaat uiteindelijk om de vitaliteit van een ras dat door een zo breed mogelijke genenpakket moet worden gewaarborgd. Er zal dus veel meer naar de werkelijke afstamming moeten worden gekeken dan naar het rastype. Het uiterlijk van een dekreu of fokteef mag nooit doorslaggevend zijn bij de keus van fokdieren. Een hond is veel meer dan alleen de buitenkant. Nieuw bloed van een ander ras is vaak noodzakelijk om de vicieuze cirkel te doorbreken. Maar dat is vloeken in de kerk van de ware fokkersleer. Men wil er niet aan! De fokzuiverheid mag onder geen beding ter discussie staan! Gelukkig breekt langzaamaan het inzicht door dat het anders moet en dat een radicale ommezwaai in het denken over de hondenfokkerij noodzakelijk is. Het is voor veel rassen vijf voor twaalf en voor sommige rassen in sommige populaties is het al dik over twaalf! Die zijn niet meer te redden.

De ramen moeten open in de gesloten, bedompte kamer van de genenpool. Er moet weer een frisse wind gaan waaien. Dit betekent dat de kampioen die helemaal voldoet aan de rasstandaard een zeldzaamheid zal worden in het ras. Een U op een tentoonstelling wordt dan de U van Uniek – in de letterlijke betekenis van het woord – en niet langer de U van Uitmuntend. En dat doet voor de liefhebbers en de fokkers misschien nog wel het meeste pijn. Hoeveel liefhebbers en fokkers zijn bereid deze prijs voor het behoud van hun ras te betalen? Dat is de vraag. Want wij hebben ze horen smeken, uniek2ook in onze eigen rasvereniging, de NVSWH: “Geef me een kampioen! Alsjeblieft, centraal fokbeleid… ik wil een kampioen!” Maar de betreffende pup, kampioen van de toekomst, kan het geen snars schelen hoe hij eruit ziet. Het gaat deze fokkers niet om de hond, maar om hun eigen ego en het kunnen pronken met een prijzenkast! Mijn mening? Deze liefhebbers en fokkers kan het ras missen als kiespijn!

Dit is deel 3 van “Het fokken van rashonden.”

Lees hier deel 1                 Lees hier deel 2

Lees hier over dwerggroei bij de SWH

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Erfelijkheid en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

7 reacties op Het fokken van rashonden. III.

  1. Harold zegt:

    duidelijk verhaal. veel mis in de fokkerij. er zal niet veel veranderen. zoals je al schrijft: te veel belangen! groeten, harold.

  2. Anneke Schrijvers zegt:

    Moeilijk hoor. Heb nu al jou stukjes gelezen over inteeld. Geloof dat je gelijk hebt, maar hoe moet een ras dan overleven? Ik weet het niet. groetjes van Anneke PS. De site ziet er geweldig uit!

  3. Dorien Hal zegt:

    Wie begint hiermee? Gr. Dorien.

  4. Tanja Kloosterman zegt:

    Het probleem is dat je alleen de buitenkant van de hond ziet. Wat er binnen aan de hand is merk je pas later. Ga door, ik lees altijd alles met veel interesse. Veruit de beste website over de SWH. Echt waar. Liefs Tanja.

  5. Karen zegt:

    Goed artikel! Gelukkig denken meer mensen er zo over. Het zal denk ik flink moeten misgaan met onze rassen wil er echt iets veranderen in de fokkerswereld…

  6. Christiaan zegt:

    Via een pup kopen kwam ik op lijnteelt. Kan me voorstellen dat u niet erg populair bent bij fokkers, maar een goed verhaal, bedankt. Christ. Vervoorde

  7. Johan zegt:

    Bedankt voor je reactie, Christiaan. Ik was het stukje al vergeten. Het is ook al bijna 5 jaar oud, zag ik. Maar ik sta er nog helemaal achter, nu ik het nog eens doorlees. Populair zijn bij fokkers is niet mijn doel.
    Groet, Johan.

Geef je reactie:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s