Uitsluiten of niet, 4

Een laatste stukje over erfelijke afwijkingen. Hierna gaan we het weer over leuke dingen hebben.

Van Progressieve Retina Atrofie (PRA) weten we niet hoeveel dragers er zijn, omdat het gen niet is gevonden. Klinisch onderzoek kan de lijders eruit halen, maar de dragers niet. Ons teefje Hushala Helatna v. ’t Schoman is PRA lijder. Onze reu Tunka Troy Timberley heeft 50% risico om drager te zijn, omdat zijn nestzuster Tundra Tangara Timberley PRA lijder is. Dat betekent dat de vader van Tundra en Tunka, Ljubotin Lazskajev Timberley, en hun moeder, Bronja Bathilya Timberley, allebei bewezen PRA dragers zijn. Zo kun je met stamboom onderzoek een eind komen, maar alleen een gentest geeft zekerheid. Helaas, die test is er (nog) niet.

Tunka Troy Timberley, PRA drager?

Voor dwerggroei is die test er wel. Het gen is gevonden. Het is bekend hoeveel dragers er zijn: 7% van de onderzochte honden.  De enige Saarlooswolfhond die nog in leven is en lijdt aan dwerggroei is Manischa Mikah Mai Villa della Lupa (Lilo). Deze foto heb ik een tijdje geleden van haar gemaakt toen ik bij haar baasje op bezoek was.

Manischa Mikah Mai Villa della Lupa (Lilo)

Lilo is een prachtige, zeer aanhankelijke, levenslustige Saarlooswolfhond. Ze is rastypisch en behalve haar maat voldoet ze gewoon aan de rasstandaard. Een echte mini Saarloos. Maar lijdt Lilo in ‘aantoonbaar en in ernstige mate’ aan haar aandoening, zoals de Raad van Beheer in het fokreglement wil voorschrijven? Dat is nog niet zo makkelijk te beoordelen. Regelmatige bloedafname, testen van de nierfunctie, theroxinepillen voor de schildklier, het toedienen van groeihormoon… het is allemaal geen pretje. Maar in ‘ernstige mate’ lijden? Voor zover ik dat heb kunnen beoordelen: nee.

onderzoek aan de Universiteitskliniek Utrecht © Foto: A. Wennekers

Door alle goede zorgen van haar baasje Audry en het behandelteam van Dr. Kooistra zijn ernstige huidproblemen Lilo gelukkig bespaard gebleven. In mijn vorige stukjes heb ik al geschreven dat het soms lastig is te beoordelen of honden ‘aantoonbaar en in ernstige mate’ lijden aan hun aandoening. Bij de van pijn kermende Cavaliertjes is dat duidelijk. Bij onze bijna blinde Shala wordt het al lastiger. Het is dus allemaal niet zo zwart-wit. Maar goed, door genonderzoek van de ouders zullen dwergen niet meer geboren worden, net zoals DM lijders. Lilo zal de laatste dwerg zijn en het gen zal uit het ras worden gefokt, maar dan wel: heel zorgvuldig en met behulp van de dragers! Hoe gek dat ook klinkt. Nu moet het PRA gen voor de Saarloos Wolfhond nog gevonden worden. Dat zou de volgende doorbraak zijn.

Dit bericht werd geplaatst in Algemeen en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

5 reacties op Uitsluiten of niet, 4

  1. Hallo Johan, een duidelijk verhaal en helemaal mee eens. Maar er zit nog een erfelijke ziekte diep en wijd verbreid in het ras, waar maar al te vaak heel makkelijk overheen gelopen wordt omdat die ziekte niet zo ernstig lijkt…. cataract. Onze Dwyn lijdt eraan, zoals vele anderen, alleen heeft de cataract zich bij Dwyn zodanig ontwikkeld dat ze nu vrijwel blind is. Lijdt ze daaraan? Ik zou zeggen ja, het beïnvloedt haar gedrag in grote mate en je merkt dat ze soms moeite heeft om zich te oriënteren.
    Wij wilden haar laten opereren, want dat kan bij deze ziekte, zodat ze weer zou kunnen zien. Helaas zal dat niet gaan gebeuren omdat nu ook de verdenking van pra bestaat.
    Toevallig kwam ik erachter dat de universiteitskliniek van Hannover actief onderzoek wil gaan doen/doet om het gen te vinden. Daarvoor is echter wel bloed nodig, van gezonde en zieke honden. Ook dat zou een doorbraak zijn, als het gen voor cataract gevonden wordt.

    Carin

  2. Daar heb je helemaal gelijk in Carin. De ene afwijking is de andere niet. Dat bedoelde ik ook met: het is niet zo zwart-wit. Een regel als: niet fokken met honden die ‘aantoonbaar en ernstig lijden’ valt voor iedere hond/aandoening weer anders uit.

  3. Anton zegt:

    Beste Johan,

    Met belangstelling heb ik je stukjes over uitsluiting voor de fok gelezen. Als ik het goed begrijp (en corrigeer me als ik ernaast zit) kan je dus fokken met een drager van het gen voor DM (of PRA of iets anders), mits het andere fokdier dit gen niet heeft. De nakomelingen hebben 50% kans het gen overgedragen te krijgen van één van de ouders.
    Maar stel dat je een nest krijgt waarvan alle pups het gen hebben (elke pup heeft tenslotte 50% kans) Zijn dan die nieuwe dragers toch geschikt om later pups te krijgen? Voordeel daarvan is dat je je genenpool blijft verbreden, maar nadeel is dat de nakomelingen ook weer 50% kans hebben het gen overgedragen te krijgen.
    Of is het beleid / de gedachte zo dat een drager slechts één keer nakomelingen mag krijgen?
    Ik begrijp dat dieren die geen drager zijn bij sommige fokkers de voorkeur genieten, al is het maar uit financiële overwegingen. Ze hoeven – als beide ouders geen drager zijn – de pups niet te laten testen en op die manier is de fokker eerder rijk 😉 Maar je krijgt er als resultaat gratis bij dat de variëteit uit je ras verdwijnt, met alle gevolgen van dien.

    Ik vind het een boeiende materie.

    Mocht je nog iets te vertellen hebben dat de zaak wat verduidelijkt, ik houd me van harte aanbevolen.

    Met vriendelijke groet,
    Anton van der Gaag
    Gouda

    • Beste Anton,

      Bedankt voor je reactie. Inderdaad, het klopt wat je zegt. Als alle nakomelingen het gen hebben van DM kun je met ze verder fokken. Als je er maar voor zorgt dat de andere ouder het gen niet heeft dan kunnen er immers geen lijders worden geboren. Altijd de ouders testen dus!

      In een kleine populatie als de Saarloos Wolfhond is het vaak wenselijk meer dan 1 generatie met dragers te fokken om de genenpool niet onverantwoord te versmallen. In grotere populaties (met veel meer fokdieren, dus veel meer keus) is dat eigenlijk niet nodig.
      Voor PRA is het een iets ander verhaal. Het gen is nog niet gevonden (althans niet bij de Saarloos Wolfhond). Je moet het dan doen met stamboomonderzoek. Als een lijder wordt geboren, zijn de ouders immers bewezen dragers. Maar je kunt ook met dragers fokken zonder dat je het weet: een nestgenoot van een lijder kan ook drager zijn. Dat is een hele puzzel, zeker als PRA een probleem is in de populatie.

      Ik ken trouwens geen Saarlooswolfhondenfokkers die rijk zijn geworden van hun fokkerij (maar misschien bedoelde je dat niet). Het zijn echte liefhebbers die niet voor het geld fokken. Als een fokker geld wil verdienen aan zijn fokkerij, kan hij beter een ander ras kiezen met een grotere afzetmarkt en (dus) een grotere omzet.

      Als fokkers dieren uitsluiten voor de fok die het gen niet hebben, verdwijnt niet per definitie de variëteit. Het gaat om het geheel. Als alle fokkers zoveel mogelijk dieren gebruiken (dus zo gevarieerd mogelijk reuen en teven inzetten) gaat het goed. De beschikbare fokdieren moeten goed verdeeld worden. Zoals alle deskundigen zeggen: laat ruimte voor variatie, fok niet op homogeniteit. Dat is funest voor elk ras! Ik hoop dat ik je vragen zo beantwoord heb.

      Gr. Johan.

Geef je reactie:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s