Gezondheid

De Saarlooswolfhond komt niet voor op de RashondenWijzer van de Stichting Dier&Recht, waarop de meest voorkomende erfelijke ziektes per hondenras staan. Hoewel de Saarlooswolfhond over het algemeen een redelijk gezond ras is, komen ook in dit ras wel degelijk een aantal erfelijke afwijkingen voor. Laat je niet wijsmaken door fokkers dat hun fokkerij helemaal vrij is van erfelijke aandoeningen. Dat is een fabeltje. Geen enkele fokkerij is vrij van erfelijke aandoeningen! De belangrijkste aandoeningen van de Saarlooswolfhond zullen we hier bespreken. Klik op de link voor uitgebreidere informatie.

In het ras komt Progressieve Retina Atrofie (PRA) voor en erfelijk cataract. Het is verstandig je hond op deze afwijkingen te laten onderzoeken door een gespecialiseerde oogarts die is aangesloten bij de E.C.V.O. Als je met je hond gaat fokken is dit onderzoek verplicht bij de AVLS. Die rasvereniging organiseert bijeenkomsten waar de honden tegen een gereduceerd tarief worden onderzocht door een erkende ECVO arts.

schematische weergave van een DNA streng

Ook komt Degeneratieve Myelopathie (DM) voor. De ziekte resulteert in verlamming van de achterhand en is gerelateerd aan de menselijke zenuwziekte ALS. Vroeger dacht men dat het een ouderdomskwaal was van de hond, omdat de verzwakking van de achterhand zich pas op latere leeftijd openbaart. Gelukkig is het gen gevonden dat DM veroorzaakt. DM lijders hoeven dus niet meer geboren te worden. Met een eenvoudig onderzoek kan worden vastgesteld of de hond drager is van de ziekte. Zo kan de aandoening worden bestreden. Fokkers kunnen er rekening mee houden bij hun fokcombinaties. Bij de AVLS is onderzoek naar degeneratieve myelopathie verplicht gesteld in het fokreglement (VFR) als je met je hond gaat fokken.

Hypofysaire dwerggroei komt ook voor bij de Saarlooswolfhond. Deze afwijking is vermoedelijk, net als DM, via de Duitse herder in het ras terecht gekomen. Meestal overlijden de pups na de geboorte, maar als ze in leven blijven is de levensverwachting beperkt. Ook voor dwerggroei is gelukkig het gen ontdekt, zodat dwergjes niet meer geboren hoeven te worden. De ouderdieren moeten op dragerschap van het gen getest worden. Bij de AVLS is onderzoek naar hypofysaire dwerggroei verplicht gesteld in het fokreglement (VFR) als je met je hond gaat fokken.

Zeer sporadisch komt ook epilepsie voor bij de Saarlooswolfhond. Het is moeilijk deze aandoening uit de populatie te fokken, omdat er geen gentest beschikbaar is. Er moet (maar dat spreekt eigenlijk vanzelf) verstandig worden gefokt. Broers en zusters van een epilepsielijder hoeven niet op voorhand uitgesloten te worden van de fokkerij.

Uitsluiten van de fokkerij! Dat is de eerste impuls van fokkers als blijkt dat hun hond drager is van een erfelijke ziekte. Dat lijkt verstandig, maar dat is het niet! Een drager van een erfelijke ziekte krijgt de ziekte niet en heeft dus nergens last van. Wordt een drager gekruist met een hond die vrij is van de ziekte (wat met DNA onderzoek eenvoudig is vast te stellen) dan is de helft van de pups vrij van de ziekte en de andere helft is drager.  Op deze manier kan de ziekte in de populatie teruggedrongen worden zonder te veel verlies van genenvariatie. Het is echter een illusie te denken dat alle erfelijke afwijkingen ooit zullen verdwijnen. Een hond die vrij is van erfelijke afwijkingen bestaat niet! Elke gezonde hond draagt op zijn minst enige tientallen genen met zich mee die ziektes kunnen veroorzaken. Lees hier meer >>